dinsdag, december 15, 2009

Over toiletten en andere wetenswaardigheden


Mijn collega Jo Cooymans onderzocht meer dan 1000 vragen die tientallen Antwerpse bibliotheken logden, naar aanleiding van onze cursus informatiebemiddeling en dat levert enkele opmerkelijke resultaten op. Zijn bevindingen :

De grote meerderheid van de vragen (56,7%) gaat over de werking van de bibliotheek. Klanten stellen zich blijkbaar (nog steeds) verschrikkelijk veel vragen over de openinguren, de plaatsing van de collecties, het reglement en de toepassing ervan… Dit is toch wel interessante informatie waarmee we als bibliotheek aan de slag moeten. Er zijn heel wat middelen om ervoor te zorgen dat de klant de openingsuren en sluitingsdagen kent. Of weet wat de tarieven zijn, hoe het met de reserveringen, verlengingen en boetes zit enz. Deze vragen via een uitgekiende en overvloedige communicatie voor zijn, zal een goeie indruk maken op ons cliënteel en tijd vrijmaken voor het betere werk.

Uiteraard zou het stroomlijnen en vereenvoudigen van de werking van de bibliotheken niet zonder effect zijn. Al was het maar voor de promotie en marketing en hun onderlinge afstemming.
Een tweede erg grote groep vragen (26,5%) kan met een grondige consultatie van de catalogus opgelost worden. Maar bibklanten kunnen of doen dat blijkbaar niet (voldoende) zelf. Daar is dus ook nog werk aan de winkel. Om klanten uit te leggen hoe ze dingen opzoeken, hen helpen bij hun zoekacties en waarom niet de catalogi toegankelijker maken. Misschien kunnen we alvast beginnen met ervoor zorgen dat elke bibliotheekmedewerker zelf de finesses van de eigen catalogus door en door kent en kan gebruiken. Wat je zelf duidelijk beheerst, overbrengen is een grote troef bij service en bij klantenbinding.

16,8% zijn ‘echte’ informatievragen. Hierbij wil de klant meer weten over…, wil hij iets (bij)leren, of wil hij ‘gewoon’ een goed boek, cd, dvd…. Een goeie communicatie kan de vraag uitklaren, de context duidelijk maken….en uiteindelijk tot een bevredigend antwoord leiden. Maar dan moet de bibliotheekmedewerker hierop wel ingesteld en hiervoor opgeleid en vrijgesteld zijn. Hij moet de tijd krijgen en (helpen) zoeken tot zijn ‘prioriteit’ maken. 2,4% van de informatievragen zijn gericht op activiteiten die de klant wil bijwonen. Of contacten met personen, diensten en organisaties die hij/zij wil leggen. Ook vragen naar opleidingen en cursussen scoren goed.

De meest gestelde vraag in de Antwerpse bibliotheken is: “Waar is het toilet, aub?”. Met de varianten: “Hebt u een toilet” en “Is er een toilet aub?”. Het toont aan dat de signalisatie nog vaak ontoereikend is, en dat daar nog werk aan de winkel is om klanten letterlijk de weg te wijzen.

Nu nagenoeg alle Antwerpse bibliotheekbaliemedewerkers de basisopleiding van de cursus "informatiebemiddeling" achter de rug hebben, moeten we ons ontfermen over de implementatie. Daarom gaan we binnenkort ter plekke nagaan hoe we interessante trucs, tips, hulpmiddelen, technieken, procedures… in de praktijk kunnen brengen. Dat doen we best geleidelijk aan, doordacht en consequent. En we betrekken er best alle (balie)medewerkers bij.

In 2010 willen we ook op het electronisch leerplatform Vrieselhof Dokeos kleine vervolgstukjes plaatsen waarin de baliemedewerkers hun kennis van bronnen en zoekmethoden kunnen opfrissen en updaten.


Jo Cooymans

zondag, november 22, 2009

Een strategische visie op web 2.0 (versie 2.0)


Reeds enige jaren probeer ik met aangepaste managementsmodellen organisaties te helpen bij het implementeren van interactieve webdiensten. Waardoor er structuur ontstaat in die chaos wat het Web 2.0 toch is. Op die manier kunnen organisaties makkelijker de meest optimale behoeftenanalyse uitvoeren, keuzes vormen, doelen uittekenen en het implementatietraject vorm geven.

Ik haal in die zin graag de grondlegger van de chaostheorie, Ilya Prigogine (1917-2003), aan :

'We leven in een transitie naar een informatiesamenleving. Dat vraagt een nieuw vocabularium. Ik denk dat termen als chaos en zelforganisatie soms misschien oppervlakkig worden gebruikt, maar het gaat toch in de goede richting. Internet, dat is zelforganisatie. Het is een voorbeeld van iets spontaans, buiten elke traditionele aanpak. En het werkt toch.'


Zijn onderzoek toonde aan dat een wanordelijk systeem door minieme interne veranderingen toch een ordelijke staat kan verkrijgen. Hij had het hoog op met de menselijke creativiteit, dus alles komt wel op zijn pootjes …

Dit komt in Web 2.0 zeer mooi tot uiting : wat is een wiki iets anders dan een het automatisch laten structureren van een wildgroei van informatie tot een gestructureerd geheel. Maar dit geldt ook voor de wildgroei van applicaties die de laatste jaren op het web worden los gelaten, maar waarvan er steeds een deel komt boven drijven en algemeen gebruikt wordt.

Conclusie : als we lang genoeg wachten, wordt alles opgelost. Dit geldt misschien op macro-niveau, maar zeker niet op meso-niveau. Organisaties die te lang wachten om de kaart van de interactieve webdiensten te trekken, raken misschien opgelost.

Enkele van die modellen komen aan bod in onderstaande presentatie (Informatie aan Zee, september 2009) :

zondag, oktober 25, 2009

ServQual, SurfKwal en LibQual


Binnenkort gaan we opnieuw aan de slag met onze aangepaste versie van Servqual om de kwaliteit van de dienstverlening in een grote bibliotheek te onderzoeken. We hebben onze versie, wat oneerbiedig, de naam Surfkwal gegeven. SERVQUAL werd in 1988 door Zeithaml, Parasuraman en Berry ontwikkeld.

Kwaliteit meten in de dienstensector is geen sinecure, maar één van de bruikbare instrumenten is dus Servqual. Meerbepaaldonderzoekt men de kloof (of "gap") tussen de verwachtingen naar de dienstverlening en de kwaliteitsperceptie van de klant aan de hand van 5 dimensies. Deze vijf dimensies zijn bekend geworden onder het acroniem RATER:

* Reliability - betrouwbaarheid

* Assurance - zekerheid

* Tangibles - tastbare zaken

* Empathy - empathie

* Responsiveness - responsiviteit

In de Angelsaksische landen wordt reeds enige tijd een spinoff gebruikt om dienstverlening in wetenschappelijke bibliotheken te meten : Libqual. Meer informatie vindt u alvast op : www.libqual.org. Dat de (wetenschappelijke) bibliotheken geloven in SERVQUAL als instrument wordt bevestigd door de vereniging van Amerikaanse wetenschappelijke bibliotheken (ARL) die in 2000 12 aangesloten instellingen sponsorde om te investeren in de verdere ontwikkeling van SERVQUAL als psychometrisch instrument.

Sinds kort is ook de bibliotheek van de Katholieke Universiteit van Leuven er mee aan de slag. Ze beloofden alvast om binnenkort meer informatie over hun methodologie en aanpak te publiceren op : www.libqual.be.

Er kwam al gauw kritiek op het gebruik van “service quality models” in bibliotheken met het argument dat de gebruikers niet weten wat een goede bibliotheekservice moet inhouden. Dit sluit aan bij de huidige discussie over de gebruikersgerichtheid van bibliotheken en het in vraag stellen van de kernfuncties van bibliotheken.

SURFKWAL werd gedestilleerd door Maarifa ism Kenta en Landmark Libraries.